Een rijk taalaanbod

Meertalig opvoeden wordt alleen een succes, als het kind al zijn talen genoeg hoort. Het is dus heel belangrijk dat u vaak en goed tegen uw kind praat. Maar wat is goed? Om te beginnen is het belangrijk om thuistaal èn schooltaal met uw kind te gebruiken. Schooltaal oefenen doet u zo: Praat

verschil tussen thuistaal en schooltaal

Er zijn twee soorten taal die kinderen moeten leren: Thuistaal, dit heet ook wel Dagelijkse Algemene Taalvaardigheid (DAT) Schooltaal, dit heet ook wel Cognitieve Academische Taalvaardigheid (CAT) Thuistaal is de taal die je elke dag gebruikt om te kletsen met familie en vrienden. Kenmerken van thuistaal zijn: Je hebt er niet

taalaanbod

Kinderen hebben de aangeboren gave om heel snel taal te leren. Daar hebben ze geen dikke studieboeken voor nodig: het gebeurt automatisch. Maar ze kunnen alleen maar die talen leren, die ze vaak en goed te horen krijgen. Dat vraagt tijd en aandacht van de volwassenen om hen heen. Lees hier alles over het

Stimulerende materialen en activiteiten

Kinderen hebben niet altijd zin om de thuistaal te blijven gebruiken, zoals u kunt lezen in geen-zin-periodes. Dat is een normale fase in hun ontwikkeling; boos worden helpt niets! Beter kunt u juist proberen om de taal zo leuk mogelijk te houden voor uw kind. Dan komt de motivatie vanzelf weer een keer terug.

Contact met de thuistaal

Brigita woont in Nederland. Haar vader is in Nederland geboren, maar haar moeder komt uit Letland. Haar moeder spreekt altijd Lets met Brigita. Als baby en als peuter vindt Brigita dat heel gewoon. Maar als ze 4 jaar is, gaat Brigita het raar vinden. Ze wordt boos als haar moeder Lets spreekt, en roept

geen zin periodes

Sam en zijn ouders zijn geboren en opgegroeid in Nederland. Als Sam 5 jaar is, krijgt zijn moeder een goede baan in Amerika. Het hele gezin emigreert, en Sam gaat naar een Amerikaanse school. Na vijf maanden spreekt Sam erg goed Engels. Hij wil thuis geen Nederlands meer spreken. Dat doen zijn vriendjes toch

motivatie

Alle ouders meertalig opvoeden lopen wel eens tegen dit probleem aan: hun kind heeft helemaal geen zin meer om een taal nog te spreken. Gelukkig gaat dat meestal ook weer over. Lees hier alles over “geen zin”-periodes. Hoe u zorgt dat uw kind weer wèl zin krijgt in die taal, leest u in contact

aangeboren problemen

Sommige kinderen leren sneller taal dan andere. Je kunt gewoon talent hebben voor taal (de zogenaamde “talenknobbel”). Ook leren meisjes gemiddeld sneller taal dan jongens – het is echt waar. En het oudste kind van een gezin leert wat sneller praten dan jongere kinderen.  De verschillen tussen kinderen zijn best groot, en dat geeft