Vragen van leraren over meertaligheid in het onderwijs

Als leraar kom je vroeg of laat in aanraking met leerlingen die thuis een andere taal spreken dan Nederlands. Dat brengt soms onzekerheid met zich mee over hoe je ze het best kunt ondersteunen bij hun taalontwikkeling. Meertalig.nl ging in 2018 en 2019 samen met meertaligheid.be en de Taalunie te rade bij deskundigen om de antwoorden te vinden op vierentwintig vaak gestelde vragen over meertaligheid in het onderwijs. Op deze pagina vind je de antwoorden op een paar van de belangrijkste vragen van leraren. Je kunt ook het hele kennisdossier lezen.

Is het goed om het gebruik van andere talen dan het Nederlands op school toe te staan?

Ja, dat kan heel goed zijn. Het helpt meertalige leerlingen om de kennis die zij in hun thuistaal hebben, ook te gebruiken bij het leren op school en bij het leren van het Nederlands. Dat kan zorgen voor betere schoolresultaten en een verhoogd zelfvertrouwen. Ruimte en positieve aandacht voor de talen en dialecten van je leerlingen zorgt voor erkenning en waardering van dit aspect van hun identiteit. Dat bevordert zowel het welbevinden als de schoolprestaties van meertalige leerlingen.

Lees meer in het kennisdossier

Welke methodes bestaan er om in het onderwijs aandacht te besteden aan meertaligheid van leerlingen?

Je kunt op verschillende manieren omgaan met de taaldiversiteit van je leerlingen, variërend van volstrekt eentalig onderwijs aan het ene uiterste tot intrinsiek meertalig onderwijs aan het andere. Onderdompeling is een voorbeeld van een strikt eentalige benadering. De anderstalige leerling wordt dan ‘ondergedompeld’ in een omgeving waarin uitsluitend Nederlands wordt gesproken. Dit ‘taalbad’ werkt het meest stimulerend als de anderstalige leerlingen niet als groep apart worden gezet, maar opgenomen worden in een groep leerlingen die het Nederlands wel als moedertaal heeft. Een tweede belangrijke succesfactor is dat de leerkracht voldoende kennis heeft van de verwerving van het Nederlands als tweede taal om de anderstalige leerlingen deskundig te begeleiden.

Daarnaast is er natuurlijk het ‘gewone’ onderwijs in moderne vreemde talen. Ook dit is in feite gebaseerd op een eentalige methode. De nadruk ligt immers op het verwerven van een specifieke taal, en niet op de meertaligheid per se. Dat geldt ook voor het zogenoemde ‘tweetalig onderwijs’, waarin een deel van het onderwijs in een andere taal dan het Nederlands (meestal Engels) wordt aangeboden. Deze vormen van meertaligheid in het onderwijs bestaan onafhankelijk van de talen die de leerlingen van huis uit meenemen.

Daarnaast is er natuurlijk het ‘gewone’ onderwijs in moderne vreemde talen. Ook dit is in feite gebaseerd op een eentalige methode. De nadruk ligt immers op het verwerven van een specifieke taal, en niet op de meertaligheid per se. Dat geldt ook voor het zogenoemde ‘tweetalig onderwijs’, waarin een deel van het onderwijs in een andere taal dan het Nederlands (meestal Engels) wordt aangeboden. Deze vormen van meertaligheid in het onderwijs bestaan onafhankelijk van de talen die de leerlingen van huis uit meenemen.

Een stap verder op het continuüm richting meertalig onderwijs is het werken aan ‘talensensibilisering’. Hiermee kan iedere leerkracht aandacht besteden aan verschillen en overeenkomsten tussen talen. Je kunt de thuistalen van leerlingen gemakkelijk aan bod laten komen tijdens de les, zonder ze zelf te spreken. Zo draag je bij aan een positieve houding ten aanzien van ieders taalachtergrond.

Translanguaging en functioneel meertalig leren zijn de meest verregaande vormen van meertalig onderwijs. Hierbij krijgen leerlingen expliciet de ruimte om al hun talenkennis te benutten bij het leren, bijvoorbeeld door woordenboeken te gebruiken, informatie in andere talen op te zoeken, of met elkaar in andere talen te overleggen.

Lees meer in het kennisdossier

Hoe ga je ermee om als leerlingen (onderling) een taal spreken die je zelf niet beheerst?

Je hoeft als leraar de talen zelf niet noodzakelijk te beheersen om het gebruik hiervan in de klas toe te staan. Je hoeft er alleen voor open te staan dat ze door sommige leerlingen worden gebruikt, bijvoorbeeld wanneer ze samen aan een taak werken. Je moet wel het vertrouwen hebben dat de anderstalige leerlingen bezig zijn met de les. Je kunt hierover vooraf afspraken maken wanneer leerlingen samenwerken aan een taak in hun eigen thuis- of moedertaal. Je kunt beginnen met kleinschalige samenwerkingen (eerst in duo’s, daarna in groepjes) en regelmatig in het Nederlands informeren naar de voortgang. Door hun eigen taal te gebruiken bij de opdracht, kunnen de kinderen al hun kennis inzetten. En wanneer ze jou er in het Nederlands over vertellen, werken de leerlingen op een natuurlijke manier aan de ontwikkeling van hun Nederlands.

Lees meer in het kennisdossier

Meertaligheid.be

Het kennisdossier inspireerde onze collega’s van meertaligheid.be om prachtige tools te maken die leraren, ouders en beleidsmakers helpen om werk te maken van meertaligheid. Neem dus vooral ook een kijkje op hun website!