Italiaans: fare la bella figura

Over culturele verschillen, humor in je tweede taal, en (de illusie van) Italiaanse schoonheid

Susannah komt uit Nederland en is volledig Nederlandstalig opgevoed. In de loop van de tijd heeft ze echter een grote liefde voor het Italiaans gekregen. Hoe is dat ontstaan en waarom het Italiaans?


Wat betekent de Italiaanse taal voor jou en waarom?

Ik heb in de vierde klas van de middelbare school een uitwisseling gehad met een groep Italiaanse scholieren uit Assisi. Op basis van een kort tekstje over jezelf werd je voor een week geplaatst bij een Italiaanse leeftijdsgenoot. Ik heb toen gedurende de uitwisseling bij Stella gelogeerd, en wij konden het zodanig goed met elkaar vinden dat ik haar voor een aantal jaar nog elke zomer heb opgezocht. Elke keer dat ik weer in Assisi was, raakte ik meer gefascineerd door de cultuur en de taal, en ik begon zelf in Nederland met Italiaanse lessen bij de Volksuniversiteit. Toen de tijd kwam dat ik moest kiezen wat ik wilde gaan studeren, was ik al twee jaar met Italiaans bezig en vond ik dat het geen bevlieging meer te noemen was. Ik wilde er mee verder en ben dus Italiaanse Taal en Cultuur gaan studeren aan de Universiteit Utrecht. Ik dacht dat ik met mijn twee jaar aan lessen bij de Volksuniversiteit wel een aardige voorsprong zou hebben opgebouwd, maar die was helaas binnen zes weken ingehaald. Ook in je eerste jaar streven ze ernaar om zo snel mogelijk volledig naar het Italiaans te switchen.

Nu, bijna tien jaar na die uitwisseling, klinkt Italiaans nog altijd als mooie muziek in mijn oren. Ik kan er eindeloos naar luisteren, en krijg gewoon een blij gevoel van binnen als ik het hoor.

Hoe vaak gebruik je het Italiaans in het alledaagse leven?

Niet zo vaak als ik zou willen. Ik schrijf momenteel mijn masterscriptie in het Italiaans, dus ik schrijf wel veel in het Italiaans. Met mijn scriptiebegeleider spreek ik ook Italiaans, maar dat is dus vooral gerelateerd aan mijn scriptie. Wat ik altijd lastig heb gevonden, is dat ik het Italiaans voornamelijk in een wetenschappelijke context heb geleerd, en dus vaak wel hele ingewikkelde taalkundige termen ken, maar soms niet op een simpel woord kom. Dit merk ik dan wanneer ik in een informele context Italiaans praat. Om dit een beetje te compenseren, heb ik buiten mijn studie weer één keer per week Italiaanse les, waar het niveau wat lager ligt, om zo ook buiten de universiteit met Italiaans bezig te zijn. Maar het zou meer kunnen wat mij betreft.

Wat is er lastig aan het spreken van een tweede taal?

Als ik bij vrienden in Italië ben, en ik doe mee aan een groepsgesprek, dan gaat het vaak ongelofelijk snel. Ik moet me dan echt focussen op wat er gezegd wordt, en ik kan niet met dezelfde snelheid als zij reacties formuleren. Tegen de tijd dat ik dan mijn zin in m’n hoofd heb geformuleerd, is het gesprek alweer drie onderwerpen verder. Dat vind ik soms frustrerend, dat je niet op dezelfde manier grappig kan zijn als in je moedertaal, net wat minder snel, net wat minder gevat. Daarbij komt dat de passieve kennis van een taal vaak groter is dan de actieve kennis ervan, je begrijpt dus wel alles, maar kan niet altijd meedoen aan een gesprek op de manier die je wil.

Wat ik in het algemeen soms vervelend vind aan het studeren van een taal is dat in 90% van de gevallen de reactie is; ‘oh, wat interessant, en wat kun je daar dan mee?’ Ik vind het jammer dat studies tegenwoordig steeds meer vanuit praktisch of economisch nut worden bekeken en beoordeeld, en dat taal daarbij vaak wordt weggezet als niet nuttig. Maar dat is weer een hele andere discussie.

Wat is het grootste verschil tussen Nederland en Italië?

Cultureel gezien zijn er zeker verschillen, uiteraard in de eetcultuur, maar ook veel in het bedrijfsleven. In Italië hebben ze wat minder de instelling van ‘meedoen is belangrijker dan winnen’ dan in Nederland. Ook moet er in Italië eerst meer over koetjes en kalfjes gepraat worden voor het gesprek overgaat op zaken. Hiërarchie speelt nog wat vaker een grotere rol en status is belangrijk. Bij het doen van zaken zijn meer onzichtbare formele codes in het spel dan in Nederland. Ook tijd is een ander begrip. Daarnaast zijn er ook nog enorme (ook economische) verschillen tussen het noorden en het zuiden van Italië, waarbij het zuiden over het algemeen collectiever is en het noorden meer individualistisch.

Verder schrijf ik momenteel voor mijn master Interculturele Communicatie mijn scriptie over de verschillen tussen de Nederlandse en Italiaanse cultuur als het gaat om het concept van eer en eergevoel, en welke emoties daar bij komen kijken. De analyse is nog niet helemaal af, maar er lijken wel interessante resultaten uit te komen. O.a. dat eer in Nederland meer gerelateerd is aan individuele prestaties en in Italië meer samenhangt met niet alleen de eigen reputatie, maar ook die van de mensen om je heen. Eer hangt bij ons samen met andere soorten waarden.

Qua taal is de Italiaanse taal in mijn ogen levendiger en rijker, met meer uitdrukkingen, meer gebaren. Alleen al de hoeveelheid verschillende werkwoordsvormen in het Italiaans doet me nog steeds duizelen.

Wat is je favoriete uitdrukking in het Italiaans?

Moeilijk om er één te kiezen.

Met het belang van status hebben, hangt de uitspraak ‘fare la bella figura’ heel erg samen; de schijn van succes en welvaren wekken, goed voor de dag komen boven alles, de illusie is belangrijker dan de werkelijkheid. Het hoeft niet per se goed te gaan, als het er maar goed uitziet. Het gevoel voor schoonheid dat veel mensen kenmerkend vinden voor Italianen spreekt er heel erg uit.

‘Magari’ is zo’n woord wat gewoon niet eenduidig vertaald kan worden in het Nederlands. In het kort kan magari ‘misschien’, ‘zelfs’, ‘wellicht’, ‘ik hoop het’, ‘graag’, ‘helaas’, of ‘dat had ik wel gewild’ betekenen. Niet erg duidelijk dus op het eerste gezicht!

Een aantal voorbeeldjes om de veelzijdigheid even te laten zien:

  • Vuoi un caffè? No grazie, magari dopo. – Wil je een espresso? Nee dank je, misschien later.
  • Tuoi genitori ti regalano una televisione per il tuo compleanno? Magari! – Geven je ouders je een televisie voor je verjaardag? Dat zou mooi zijn!
  • Vincerai alla lotteria? Magari! – Ga je de loterij winnen? Dat mocht ik willen!
  • Pensi che arrivi? Magari. – Denk je dat hij komt? Wie weet.

Tot slot ‘ciaone’. Dit vind ik meer grammaticaal gezien grappig. In het Italiaans kan je ergens een vergrootwoord van maken door er ‘one’ achter te zetten. Het is dus echt de vertaling van de ironische ‘dikke doei!’. Een belangrijke kanttekening is wel dat dit niet echt gangbaar is in het dagelijkse leven, en vooral onder jongeren wordt gebruikt. Niet zomaar in de winkel roepen dus!


Gepubliceerd: 15 april 2019